Ik had onlangs een groep directeuren aan tafel. Het thema was ‘eigenaarschap ontwikkelen’. Hoe draag je er aan bij dat je medewerkers of je team als geheel meer vanuit eigenaarschap gaat werken om resultaten te realiseren die er toe doen?

De startopdracht was als volgt: schrijf voor jezelf een resultaat op van 2017 waar je wel verantwoordelijk voor was als directeur maar wat niet (helemaal) gerealiseerd is.

Stap 1: welk resultaat had je precies verwacht van jezelf?

Stap 2: wat is het werkelijke resultaat wat je gerealiseerd hebt?

Stap 3: wat is de oorzaak van het verschil tussen stap 1 en 2?

De opdracht was om deze stappen op te schrijven. Ik vroeg ze daarna: ‘wie heeft in stap 3 het woord IK geschreven?’

20%

Er zijn grofweg drie mogelijkheden bij het beantwoorden van stap 3: vanuit het perspectief van een slachtoffer, vanuit het perspectief van een toeschouwer en vanuit het perspectief van eigenaarschap.

Het slachtoffer wijst in de oorzaak een externe partij aan. ‘De markt zat tegen’ ‘Het systeem heeft er ook een tijd uitgelegen’ ‘Verkoop heeft het ook wel laten liggen in het eerste kwartaal’. Ons brein heeft een bloedhekel aan pijn, negatieve emotie en het zich oncomfortabel voelen in het algemeen. Krachtige motor die het is genereert ons brein in no time dit soort verklaringen die elke spanning als sneeuw voor de zon doen verdwijnen. Dat we ons daarmee in een machteloze positie manoeuvreren zal ons brein een worst zijn. Ons ‘brandjes-blus-brein’ is aan het werk en de klus is geklaard.

De toeschouwer gaat er wat tussenin zitten. De taal is neutraal. ‘Het was een lastig jaar’ ‘In dit soort dynamiek is het logisch dat de doelen niet gehaald worden’ ‘Er is sprake geweest van een toenemende administratiedruk’. Er wordt een film beschreven, vaak in vage algemene termen. De hoofdpersoon in de film is in geen velden of wegen te bekennen. Er wordt gekeken, beschouwd. Er is geen verbinding tussen gebeurtenissen uit de film enerzijds en acties of beslissingen van de hoofdpersoon anderzijds. De taal van deze twee perspectieven ontnemen de ‘uitspreker’ er van lerend vermogen. Doordat óf de eigen invloed actief wordt weggezet (slachtoffer) óf niet beseft (toeschouwer) is er geen enkele aanleiding om iets te leren.

De eigenaar zal qua taal snel ‘ik’ toevoegen in de reden waarom een bepaald resultaat niet gerealiseerd is. ‘Ik heb te laat ingegrepen’ ‘Ik had verwacht dat er in de tweede helft van het jaar nog grote orders zouden vallen’ ‘Ik vond dat het team zelf eigenaarschap moest nemen’. Vanuit deze taal kan een leerproces starten. Hoe kom je tot beslissingen? Zie je nu welke rol jouw aanname heeft gespeeld in jouw handelen? Hoe zou je het vanaf nu anders doen?

In onze voorstelling over eigenaarschap (https://performancematters.nl/er-zit-muziek-in-eigenaarschap) claim ik dat elke taal waar is. Het slachtoffer, de toeschouwer, de eigenaar, ze hebben allemaal gelijk. De realiteit is complex, en er zijn tegelijkertijd verschillende oorzaken aan het werk als een bepaald resultaat niet gerealiseerd wordt. Welke taal ik daarin hanteer is van groot belang. Het maakt het verschil tussen machteloosheid en invloed en lerend vermogen.

Wil je aan de slag met het ontwikkelen en werken vanuit eigenaarschap om tot mooie resultaten te komen? Download ons gratis ebook ‘De 6 manieren om eigenaarschap te creëren.’